Dit is een foto van de vroegere provinciegevangenis in Tapsony. Het heeft later gediend als bosbouwkundig zwavelgebouw.

De geschiedenis van Tapsony.

Van deze gemeente wordt de geschiedenis vanaf 1331 opgetekend, wanneer Tamás uit Szécsény het van koning Károly (Karel) als geschenk krijgt.

Van 1355 tot 1480 is het familielandgoed in bezit van de familie Anthimi, vervolgens delen Terjék András uit Szenterzsébet en de familie Török uit Enying het daarop onder elkaar, de familie Taba uit Vasper en uit Kálozfalv komen ook in de rij van bezitters voor. Tot 1626 hebben de landgoedeigenaren elkaar dikwijls afgewisseld:

in 1500 van Szobi János naar Bakócs Tamás,

in 1536 de afdeling uit Esztergom en Pekry Lajos,

in 1550 Aélya Máté en Wárday Zsigmond,

in 1598 de afdeling uit Esztergom en Lengyel István, hebben de gemeente en het grondgebied verkocht respectievelijk aangekocht. Daarna, tot het begin van de 20e eeuw, heeft uitsluitend de afdeling uit Esztergom zijn bezittingen zeker behouden en was geregistreerd.

 

Tussen 1715 en 1735 was in Tapsony de residentie van het comitaat Somogy. De drost, graaf Nádasdy Tamás, heeft namelijk de in zijn bezit zijnde hoofdafdeling van Esztergom verpacht aan Tapsony en zoals in die tijd de gewoonte was, werden de provincievergaderingen gehouden op het landgoed van de drost. In de loop van de geschiedkundige periode van de gemeente Tapsony, had in de 18e eeuw de drost Nádasdy in zijn rechtsprekende provincievergadering zijn vermaarde daden. De heksenprocessen en de voltrekking van de veroordelingen hebben veel schrik in de omgeving veroorzaakt. Naast de beschuldigden van de heksenprocessen namen de lijeigenen deel aan het oproer van Szenyér, evenals de predikers van de contrareformatie.

De afgezanten  van de gevangenissen moesten het reizende bestuur volgen, de Tapsony-se stichting echter helpt de latere provincieresidentie Marcali, zelfs ook lange tijd Kaposvár. De ruineresten van het provinciehuis van Tapsony zijn ook al verdwenen.

 

In de 20e eeuw zijn in 30 jaar tijd in Tapsony nog circa 1900 inwoners geweest, waarbij de volgende plaatsen en gebieden behoorden:

Terebezd (nu nog de ruine van de varkensfokkerij aan het einde van de Petőfistraat),

Merke (betekent grenssteen, grenspaal),

Móricfa (puszta bij Nemesdéd) en

Tölös (puszta, deel van Somogyzsitfa).

De districtgemeentesecretaris heeft tot Nagyszakácsi toebehoord, maar school, postkantoor, telefoon zijn plaatselijk geweest, evenals goed  werkzame functies gegeven zijn als afdeling in de dorpen. (Brandweercorps en hoogwaardigheidsbekleders, burgerschuttersvereniging, katholieke burgerrozenkranskring, geloofgenootschap, Hangya genootschap). Met de hoofdafdeling van Esztergom is hier in Tapsony het grootste landgoed geweest, 3913 kilohectare van landeigenaren.

Na de oorlog is Nagyszakácsi nog enige jaren het bestuurscentrum geweest, echter al vanaf 1950 is aan Tapsony het bestuur overgedragen. Tot 1970 de Tapsony-se Gemeente Raad, hoewel tot 1990 de Tapsony-se Gemeente Algemene Raad (hiertoe behoorden ook Nagyszakácsi, Szenyér en Nemiskisfalud) het dorp en de bevolking in bekwame en lastige zaken bestuurde.

Vanaf 1991 is een zelfstandige burgermeesterspost werkzaam. 

Vanaf het jaar 1960 is kenmerkend de aanzienlijke migratie van de nederzetting. In 30 jaar is het bevolkingsaantal van 1500 afgenomen tot onder de 1000 personen. De huidige oppervlakte van Tapsony is ca. 32 km2 en naar schatting ca. 750 inwoners, waaronder vele buitenlandse nationaliteiten, zoals duits, engels, iers, zwitsers, nederlands, belgisch, oostenrijks en russisch.

Met de agressieve coöperatieve organisatie heeft het dorp zijn traditionele landgoederenstructuur verloren, hoewel de stad als compensatie op de voorgrond werd geplaatst in het effect van de nederzettingenpolitiek. Nog steeds is ook de landbouw de hoogste bron van levensonderhoud gebleven. De coöperatieve produktievereniging van de organisatie heeft tot 1970 de eerste keer zelfstandig het landbouwbedrijf uitgeoefend, later heeft zich bij de coöp Nagyszakácsi, Szenyér en Nemeskisfalud aangesloten. Na de systeemswisseling zijn in plaats van de coöperatie privéondernemingen ontstaan. Aantonende rol is vervuld door het vroeger in aanbouw zijnde machinestation voor de landbouw, later het plaatslijke Mezőgép bedrijf, daarna de reeds geprofileerde wissel Medicor, weer later Palicz Müvek, tegenwoordig Hans Pausch röntgenapparatenfabrikant. En het agrarisch loonbedrijf Traub, Agrico.